Leren praten over gevoelens
Vaak melden ouders zich bij mijn praktijk met de hulpvraag: ik wil dat mijn kind kan aangeven hoe hij/zij zich voelt. Dat is zeker een terechte hulpvraag. Voor ouders van kinderen die onvoldoende tot spreken komen is het belangrijk te weten waar hun kind pijn heeft en waarom hun kind verdrietig of boos is. Veel mensen denken echter dat wanneer hun kind een spraakcomputer krijgt het dan eindelijk kan aangeven hoe hij/zij voelt. Dat is een misvatting die regelmatig leidt tot teleurstellingen en overvragen ligt dan ook op de loer. Wat we vaak vergeten is dat kinderen gemiddeld pas vanaf hun 2e of 3e levensjaar kunnen praten over hun gevoel. Dat begint met losse woordjes zoals boos-blij-verdrietig-pijn. Kinderen worden echter meestal geleid door hun echte emoties of zintuiglijke ervaringen en zetten op dat moment hun lichaamstaal in zoals gaan huilen of een boos gezicht trekken. Vanaf een jaar of 6 kunnen kinderen meer gedetailleerd uitleggen wat ze denken en wat de oorzaak is van hun stemming. De ‘waarom’ vraag kan eigenlijk dan pas gesteld worden.
Maar hoe kunnen we dan wel werken aan deze hulpvraag?
Allereerst neem ik altijd de Communicatie Matrix af. Hierdoor kunnen we in kaart brengen hoe een kind communiceert en met welk doel. Hoe zet het kind lichaamstaal in en hoe moeten we die interpreteren en daar taal aan vast gaan koppelen. Deze matrix gebruik ik in mijn uitleg aan ouders zodat ze zien wat het kind eerst moet gaan leren: benoemen en aangeven van gevoel.
Vervolgens zijn er diverse oefeningen die je kunt doen. In overleg met ouders zoek ik altijd naar passende interventies, maar hieronder vind je alvast wat voorbeelden:
- Als je kind huilt of boos wordt: vang je de non-verbale taal en laat een passende pictogram zien op de spraakcomputer (of nadat het kind weer tot rust is gekomen). Je modelleert begrippen zoals huilen, verdrietig, boos, duwen, sorry, goedmaken, pijn, buik. Als je dit vaak doet zal je kind ook deze begrippen gaan vinden op de spraakcomputer. Als je weet waarom het kind huilde kun je dit ook aanwijzen op de spraakcomputer, bijvoorbeeld dat een speelgoedje kwijt was.
- Kijken naar eigen foto’s en filmpjes. Dit vind ik nog altijd de meest prettige methode omdat je dit in alle rust doet (zonder hoogoplopende emoties) én praat over dingen die het kind zelf heeft meegemaakt. Benoem op de spraakcomputer wat je ziet op de foto en hoe het kind of jijzelf dat wellicht heeft beleefd, zoals ‘boot, varen, spannend’.
Je kunt deze begrippen ook aan bod laten komen tijdens het lezen van boekjes of kijken naar filmpjes op YouTube etc. Deze sluiten echter minder aan bij de eigen beleving en het leereffect is mijns inziens niet zo goed als bij foto’s/films van eigen ervaringen die je met je eigen zintuigen hebt beleefd.
Kortom: ga er niet vanuit dat wanneer een kind een spraakcomputer krijgt het meteen kan vertellen hoe hij/zij zich voelt, maar ga het samen stap voor stap oefenen. Dat is een rol die ouders zeker zouden moeten oppakken. Wil je wat hulp hierbij gebruiken, neem gerust contact op!
